Bovenbouw

Bewegend leren in de bovenbouw

Bekijk onderstaand de achtlesideeën voor de bovenbouw.

Benodigdheden: Pionnen of stoepkrijt
Plaats: Schoolplein
Speluitleg: We beginnen met het maken van twee vakken. Een vak staat voor waar en het andere vak staat voor niet waar. De leerkracht noemt een getal. Neem als voorbeeld het getal 30. Hierna roept de leerkracht een som. De kinderen rennen naar het vak wat hun denken dat het antwoord is.

Benodigdheden: Geen
Plaats: Schoolplein
Speluitleg: De kinderen worden in groepen verdeeld. Ze tellen allemaal van 1 t/m 40. De leerkracht noemt een tafel en dat is dan het verboden getal. Voorbeeld: De leerkracht noemt het nummer 5, nu mogen de cijfers 5, 10, 15, 20 etc. niet genoemd worden tijdens het rondje.

Benodigdheden: Bal
Plaats: Schoolplein
Speluitleg: De klas wordt in groepjes verdeeld. De groepjes krijgen allemaal een bal. De leerkracht geeft aan ieder groepje een tafel (tafel van 2,3,4,5 etc). De kinderen gooien de bal over en moeten elke keer de volgende som van de tafel benoemen. Ik geef als voorbeeld de tafel van 5. Het eerste kind zegt; 1 X 5 = 5, het tweede kind zegt; 2 X 5 = 10 etc.

Benodigdheden: Dobbelstenen
Plaats: Schoolplein of in de klas
Speluitleg: De kinderen gooien de dobbelsteen. Aan elk getal is een woord gekoppeld. Aan de hand van het getal gaan de kinderen de woorden spellen. Eerst spelen we het met de getallen 1 t/m 6.
Variatie: Er komt nog een dobbelsteen bij. De twee dobbelstenen worden bij elkaar opgeteld en aan deze getallen zijn ook woorden gekoppeld.

Benodigdheden: Hoepels en letters
Plaats: Schoolplein of in de klas
Speluitleg: Op de grond liggen allemaal hoepels met verschillende letters erin. De kinderen moeten van deze letters een woord maken.

Benodigdheden: Woorden
Plaats: Schoolplein of in de klas
Speluitleg: Alle kinderen uit de klas krijgen een woord op zich geplakt. Hiervan moeten de kinderen dan zinnen maken. Het kan 1 zin zijn maar er mogen ook meerdere zinnen gemaakt worden.

Benodigdheden: Jas, Sjaal, petje, broek en schoenen
Plaats: Schoolplein of in de klas
Speluitleg: De kinderen verdelen zich in groepen. Een daarvan moet aangekleed worden. De rest gaat daarvoor zorgen. Ze hebben een mand naast hun staan met een jas, sjaal, petje, broek en schoenen. De leerkracht roept een van deze voorwerpen op in het Engels en de kinderen moeten samen beslissen wat de vertaling daarvan is en omdoen bij degene die aangekleed moet worden.

Speluitleg: De kinderen tellen van 1 t/m 40 in het Engels. De leerkracht noemt een tafel en deze mogen de kinderen niet benoemen. De leerkracht noemt bijv. de tafel van 4 en dan mogen de getallen 4, 8, 12, 16, 20 etc. niet benoemd worden.